Honderd jarige

Ik kan het niet geloven’

Van onze verslaggeefster

09 januari 2001, BREDA – “Honderd jaar, ik kan het zelf niet geloven. Ik ga natuurlijk straks graag naar de hemel. Maar ja, dan moet ik eerst dood. Dat kan nu eenmaal niet anders. Maar ik denk dat Hij me nog wel eventjes hier laat blijven.”

Zuster Florentia Delhij vierde zondag in Huize St. Elisabeth aan de Wouwseweg in Roosendaal haar honderdste verjaardag. Ze werd als twaalfde kind geboren in een gezin in Terheijden. “Ik had helemaal geen plannen om het klooster in te gaan. Maar mijn moeder bad heel veel. ‘Dat doe ik voor jou, in de hoop dat je een nonneke wordt’, zei ze dan.” Uiteindelijk. kwam toch de roeping. Op 14 juni 1920 – ze was toen negentien – kwam ze bij Ste. Marie in Breda terecht. Ze vond het er geweldig, want het klooster herbergde een groep van wel tachtig jonge meiden. Toen ze na een paar jaar naar Bavel werd gestuurd, naar de kleuterschool, moest ze dan ook even flink slikken. Er waren daar maar zes nonnen en dat was wel érg rustig, vond Florentia.

Weer vijf jaar later werd ze surveillant op een pensionaat in Monster. Daar bleef ze 23 jaar. De oorlog was erg zwaar, vertelt ze. “We hadden daar in het Westland amper te eten. Hooguit een beetje spinazie en daar doe je niet veel mee. We moesten de kinderen naar huis sturen.” Het klooster werd gevorderd door de militàiren en het kostte de nonnen na de oorlog heel wat moeite om het gebouwen de tuin weer op orde te krijgen.

Maar Florentia trok weer verder. Ze bracht dertien jaar door bij de kweekschool aan de Nieuwstraat in Breda en kwam toen in Zundert terecht. Ze bleef er dertig jaar. “Ik bezocht er de ouden van dagen en eenzame mensen. En ik verzorgde mijn volière. Die vogels mis ik hier nog wel eens.”

Nu woont ze in Roosendaal. “Ik ben een gelukkige zuster. Ik had mijn vakanties bij mijn nicht in Made, hier is iedereen lief voor me en zondag komt mijn hele familie. Er zijn er zelfs drie bij vanuit Canada. En eigenlijk verwacht ik ook de burgemeester nog. ”

Ze wil best nog een tijdje op deze aardbol blijven. “Hoewel de wereld toch verschrikkelijk is, al die ellende en al die doden. God heeft de mens een vrije wil gegeven. Maar af en toe denk ik weleens, Hij zou ze die wil misschien maar weer moeten afnemen. ”